Skip to main content

Met vlag en wimpel

Met vlag en wimpel

Scott Zuyderling had op de lagere school les gehad van de oude Willem Voster en was aangenaam verrast toen hij met diens zoon kennismaakte op het internaat in Nijmegen.
De jongen was glanzend bruin als de pit van een tamarinde. Dicht op zijn hoofd lag een zwart tapijt van kort kroezig haar. De intelligente ogen neigden tot spot. Zijn rustige bedachtzame manier van spreken stond in scherpe tegenstelling tot de agressieve welsprekendheid van Scott.
Het Canisius College stelde hoge eisen. Toch haalden beide vrienden de eindstreep met vlag en wimpel.

Erich Zielinski
Canisius College, Berg en Dalseweg

Burgemeester Hubert Bruls onthulde op zaterdag 24 mei 2025 het literaire baken van schrijver en advocaat Erich Zielinski (Bonaire 1942 - Curaçao 2012). Plaats van handeling was het Canisius College, Berg en Dalseweg 207 in Nijmegen. De onthulling was tevens de officiële opening van de reünie - bijna 3000 reünisten - bij gelegenheid van het 125-jarig jubileum van de school.

Erich Zielinski, zoon van een Duitse vader en een Curaçaose moeder, sprak thuis, zoals hij ooit heeft gezegd, ‘een rommeltje van Duits en Papiaments’. En Nederlands dan? ‘Ja, de fraters, hè. Die waren goed. Daar leerde je wat van. En later in Nijmegen, de onderwijzersopleiding.’  Na die opleiding keerde hij terug naar de Nederlandse Antillen. Werkte er als onderwijzer, richtte het kritische tijdschrift Vitó op, voltooide een studie rechten en werd advocaat.
Hij debuteerde in 2004 met de roman De Engelenbron, waarvoor hij onderscheiden werd met de Cola Debrotprijs. In 2009 verscheen Scott Zuyderling. Naast Nijmegen, Berg en Dal, Hotel Sionshof en crematorium Jonkerbos komt ook het Canisius College in deze kleine roman voor.

Bij de onthulling sprak ook Jos Joosten, oud-leerling van het Canisius College en hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit. Volgens hem viel er wel iets aan te merken op de locatie. In de ‘charmante en intrigerende roman van Zielinski is het Canisius College maar een detail. ‘Maar daar staat tegenover dat deze keus zeer verrassend is en een eerbetoon aan deze Antilliaanse auteur, waarmee meteen ook recht gedaan wordt aan een toch vaak wat veronachtzaamd deel van ons koninkrijk én van onze letterkunde. En misschien moet ik daar ook even toevoegen: indirect is het ook een eerbetoon aan uitgeverij In de Knipscheer, die er volgend jaar na vijftig jaar mee ophoudt, en van onschatbaar belang is geweest bij het uitgeven en promoten van de letterkunde uit Suriname en de Antillen.’ 

Vervolgens sloot Joosten pakkend af. ‘Zo doet dit baken wat literatuur eigenlijk altijd moet doen: op een op het oog bekende plek een baken zijn van iets onverwachts en veel groters. Ik feliciteer het Canisius College, mijn oude school, en Literaire Bakens Nijmegen met deze onverwachte, maar toch zo gepaste keuze!’