De walgvogel

De Krayenhofkazerne was net een gigantische vergroting van de school van Ot en Sien van een van de kleurplaten van C. Jetses. Een groot hoofdgebouw met twee vleugels in rode baksteen met zo hier en daar een zinloos imitatietrapgeveltje ertegenaan geplakt. Aan de ingang stonden aan weerszijden van een zwaar smeedijzeren hek twee bakstenen wachthuisjes als rechtop gezette sarkofagen met in ieder een dooie diender van een soldaat weggescholen tegen de regen.

 

Dit fragment is afkomstig uit De walgvogel, de zesde roman van Jan Wolkers die in 1974 verschijnt twaalf jaar na zijn eerste roman Kort Amerikaans (1962). Wolkers debuteert een jaar daarvoor met zijn verhalenbundel Serpentina’s petticoat. Vanaf zijn debuut toont Wolkers (Oegstgeest 1925 – Westermient 2007) zich bijzonder productief op literair gebied: romans, verhalen, toneel, essays, gedichten, brieven en dagboeken. Maar niet alleen als schrijver ook als schilder en beeldhouwer (o.a. Watersnoodmonument in Kruiningen en Auschwitz-monument in Amsterdam) heeft Wolkers zijn naam gevestigd.

De walgvogel – met herkenbaar zgn. type-based omslag van Jan Vermeulen – is onmiddellijk een groot succes. De eerste druk van 75.000 exemplaren verkoopt zo snel dat binnen een week een tweede druk nodig is. De walgvogel verschijnt vijf jaar na Turks fruit, Wolkers’ vijfde roman die grote bekendheid verwerft in 1969 als boek en in 1973 in de verfilming van Paul Verhoeven, met glansrollen van Rutger Hauer en Monique van de Ven.
Net als in Turks fruit staat in De walgvogel de liefde van de hoofdpersoon voor een vrouw centraal. Beide liefdesgeschiedenissen kennen een dramatisch einde.

In De walgvogel worden de ik-persoon, Griffioen, en Lien steeds weer naar elkaar gedreven. Dat gebeurt in Nederland, waar het eerste gedeelte van de roman zich in de crisisjaren en tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Maar ook in het tweede deel na de oorlog in Nederlands-Indië, wanneer beide jeugdgeliefden elkaar opnieuw ontmoeten. Griffioen als soldaat en Lien als echtgenote van een officier. Het tweede deel begint in feite in Nijmegen. Vanuit de Kraayenhofkazerne aan de Groesbeekseweg vertrekken de soldaten, onder wie Griffioen, om orde op zaken te stellen in het opstandige overzeese gebiedsdeel.

De Kraayenhofkazerne maakt deel uit van een militair complex dat sinds 2000 een woongebied is met nieuwbouw en oorspronkelijke panden. In de Kraayenhofkazerne bevinden zich een restaurant en ateliers van kunstenaars. Vanwege de status van rijksmonument hebben ook het hekwerk en de wachthuisjes die Wolkers in het gekozen fragment noemt, hun originele staat behouden. Bij de onthulling van het literaire baken in het voorjaar van 2016 is Karina Wolkers, echtgenote van Jan Wolkers, verhinderd. Wel laat zij de aanwezigen weten trots te zijn op het baken, maar ook dat we vanwege de tekst en de locatie beslist niet moeten denken dat haar man ooit in dienst is geweest.

Vrij recent heeft De walgvogel opnieuw aandacht gekregen. Tommy Wieringa schrijft in zijn column (Algemeen Dagblad, 8 juli 2016) over de tuin en het huisje van Wolkers op Amstelglorie, waar hij aan De walgvogel heeft gewerkt. Er zijn plannen om van Wolkers’ tuinhuisje een schrijvershuis te maken, maar het complex wordt met sloop bedreigd. Onno Blom houdt voor De Volkskrant onder de titel Memoires van een biograaf een dagboek bij over zijn werk aan de biografie van Wolkers. Op 17 januari 2017 meldt hij de echte Lien te hebben gevonden, de vrouw naar wie de auteur zijn vrouwelijke hoofdpersoon heeft getekend en naar wie de biograaf jarenlang op zoek is geweest.

Bron
Jan Wolkers, De walgvogel, Meulenhoff Editie, 1974

Voor meer informatie zie hier