In Nijmegen

Ingetogen lopend langs de Vereeniging
stap ik ver terug in de tijd
en groet hen die ik hier ontmoette,
dierbare oude meesters.
Dag Ludwig, zeg ik zacht,
dag Wolfgang, Joseph, dag Franz:
muziek stroomt door mijn oren.

En ik groet hen die op de planken
bij open magisch gordijn
mij meesleepten in een andere wereld
met niets dan een woord, een gebaar, een decor.
Dag Albert, zeg ik dankbaar,
dag Caro, dag Paul, dag Charlotte,
die jarenlang mijn vrienden waren.
Even sta ik stil en applaudisseer
tot verbazing van duiven, en fietsers
die op hun voorhoofd wijzen.

Terug in het heden
loop ik door de kale centrale
wond die nimmer genas
van geweld uit de lucht
op een zonnige oorlogsdag,
daal af naar de Waal
en zoek aan de kade een plaats
in Restaurant Het Heimwee.

Voor een bundel met verhalen en gedichten waarin het bombardement van Nijmegen voorkomt, kreeg samensteller Will Tromp toestemming om een verhaal van Geert van Beek (1920-2001) op te nemen. Diens weduwe Anne van Beek-Bos wees hem op ‘In Nijmegen’, een gedicht van haar man dat toen ook in Een zonnige voorjaarsdag. Nijmegen 22 februari 1944 (2004) is opgenomen. Het gedicht was anders wellicht onbekend gebleven, aangezien het is verschenen in een privé uitgave. Bijna tien jaar heeft Bouwgroep van der Linden jaarberichten en andere uitgaven “vergezeld laten gaan van zijn onnavolgbaar mooie gedichten.” Zo schrijft Marcel van der Linden in het voorwoord van De laatste loopvogel, de in 2002 verschenen postume bundel van Geert van Beek.

Het gedicht ‘In Nijmegen’ heeft Van Beek geschreven na afronding van de renovatie van concertgebouw De Vereeniging in 1999. Zo’n vijftien jaar later heeft de Werkgroep Literaire Bakens Nijmegen voorgesteld om het gedicht als baken een plaats te geven in De Vereeniging. Een verrassend gevolg was dat het gedicht het gemeentelijk cadeau werd bij de honderdste verjaardag van het concertgebouw. Burgemeester Hubert Bruls overhandigde op 6 februari 2015 – voorafgaand aan het jubileumconcert – ‘In Nijmegen’ aan Anne Marie Kalkman, directeur van stadsschouwburg en concertgebouw in Nijmegen. Het heeft een tijdelijke uitvoering gekregen op een zijraam van het restaurant van De Vereeniging, maar zal na de restauratie een definitieve plaats krijgen.

De eerste jaren na de oorlog was Van Beek onderwijzer op een lagere school aan de Bijleveldsingel in Nijmegen. Vanaf 1959 tot zijn pensionering doceerde hij Nederlands aan het Zwijsen College in Veghel. Hij debuteerde in 1960 met de verhalenbundel Een hand boven de ogen, die een jaar later gevolgd werd door zijn eerste roman Buiten schot waarvoor hij de Anne Frank Prijs ontvangen heeft. De Vijverbergprijs werd hem uitgereikt voor De steek van een schorpioen (1968). Van deze roman is een operabewerking gemaakt en naar zijn verhaal Blazen tot honderd een speelfilm die diverse prijzen heeft gewonnen.
Geert van Beek is in 1944 ternauwernood aan het bombardement van Nijmegen ontkomen, wat hem “daarvan getuigen vele plaatsen in zijn literaire werk, heeft opgezadeld met onuitwisbare beelden van brand, dood en verderf.” Aldus Wiel Kusters in een biografisch artikel over Van Beek.

Bron
Geert van Beek, De laatste loopvogel, Bouwgroep van der Linden Sint-Michielsgestel/Alphen aan den Rijn, z.j. (2002)

Voor meer in formatie zie hier