Op zoek naar geluk / Op het tippeltrottoir

Op zoek naar geluk in Kronenburgpark.
Thuis wacht een vrouw onwetend op haar man.

 

Dit zijn regels uit het lied Kronenburg Park van De Nijmeegse zanger Frank Boeijen (1957). Het nummer staat op de cd Foto van een mooie dag (1985) uit de jaren van de Frank Boeijen Groep. Het is later opgenomen in Lied van Oorsprong (1998).

Eerst klonk hier en daar gemopper over de gemankeerde naam van het park, want iedere rechtgeaarde Nijmegenaar weet dat het bedoelde park Kronenburgerpark heet! Maar als het lied een veel gedraaid nummer wordt op landelijke zenders, overheerst trots. Frank Boeijen heeft meer dan driehonderd liedteksten geschreven. Hoewel Nijmegen altijd zijn thuisbasis is gebleven, komt de stad slechts in een enkel lied letterlijk voor.

Op het baken, om precies te zijn aan de brug bij het terras voor de Kruittoren, worden de regels van Boeijen gevolgd door een fragment uit de roman Mystiek Lichaam van Frans Kellendonk (1951-1990), de schrijver en vertaler die eveneens in Nijmegen geboren is.

 

Op het tippeltrottoir, aan de voet van de kruittoren, stond ze haar zwarte haar te borstelen (…)
Wanneer de haren uitwaaierden in het lamplicht waren ze eventjes van goud.

 

Dit fragment is afkomstig uit Mystiek lichaam, Een geschiedenis (1986), de bekendste roman van Frans Kellendonk (1951-1990) waarmee hij de Bordewijkprijs won. De roman vertelt de belevenissen van drie leden van de familie Gijselhart, bestaande uit een gierige vader, een door een Joodse arts bezwangerde dochter en een homoseksuele zoon. Alle personages zijn uitvergrotingen. Met deze familie heeft Kellendonk een situatie geschapen waarin hij allerlei nogal provocerende ideeën over seksualiteit, religie, gezin en individu kan demonstreren. Deze opvattingen, maar vooral enkele minder vleiende opmerkingen over het Jodendom en homoseksualiteit veroorzaakten grote opwinding in de literaire kritiek.

Kellendonk, geboren in Nijmegen, debuteerde in mei 1977 met de verhalenbundel Bouwval, bekroond met de Anton Wachterprijs. Hij schreef een klein oeuvre bijeen maar was als vertaler / essayist van voornamelijk Engelstalige literatuur zeer productief. In 1990 overleed Kellendonk aan de gevolgen van aids.

De (hoofd)personages in Kellendonks werk proberen vat te krijgen op hun verleden, hun geschiedenis, om zich een houding in het leven te kunnen geven, wat meestal eindigt in ontgoocheling en onvermogen. Illusie wordt tot desillusie. Kellendonk vermijdt grote woorden en gebaren: zijn stijl is koel observerend met oog voor details. Hij schept er plezier in, iets nieuws te doen met een uitgekauwd populair genre. Zo zou je Bouwval als een streekroman, De nietsnut als een thriller en Mystiek lichaam als een moraliteit kunnen lezen.

Vanaf 1993 kent de Radboud Universiteit de jaarlijkse Frans Kellendonklezing; ook heeft de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de driejaarlijkse Frans Kellendonkprijs ingesteld.

De tekst van Kellendonk, mede mogelijk gemaakt door subsidie vanuit het Kellendonkfonds, vormt samen met de tekst van Frank Boeijen één literair baken in het Kronenburgerpark.

Bron
Frank Boeijen, Lied van oorsprong, de Prom, 1998

Voor meer informatie zie hier

Bron
Frans Kellendonk: Mystiek lichaam. Een geschiedenis, Meulenhoff, 1968

Voor meer informatie zie hier